In tegenstelling tot de Verenigde Staten wordt er in ons land nog flink onderhandeld tussen voorlichters en journalisten over publicatie van interviews. In politiek Den Haag lijkt het poldermodel zijn intrede te hebben gedaan.
1 Tijd voor een nieuw experiment niet-autoriseren?
‘Als je geen foutloos interview kunt leveren ben je eigenlijk geen knip voor de neus waard’
Vijftien jaar geleden deden Haagse voorlichters en journalisten een experiment: interviews werden een jaar lang niet geautoriseerd. Het initiatief van – toenmalig politiek verslaggever – Sjuul Paradijs (Telegraaf) – stierf een stille dood. Vooral journalisten bleken behoefte te hebben aan een extra feitencheck. Het experiment interviews niet langer te autoriseren was ingegeven door irritatie van journalisten, Paradijs voorop. Hij klaagde dat interviews met bewindslieden soms compleet geschreven werden geretourneerd door de afdelingen voorlichting van ministeries, met de mededeling dat de politicus ‘dat’ eigenlijk had willen zeggen. Zijn collega’s hadden soortgelijke ervaringen.
Maar ook onder voorlichters waren felle voorstanders van niet-autoriseren, toenmalig directeur Voorlichting Jeroen Sprenger van het ministerie van Financien voorop. Op hun beurt klaagden voorlichters over de geringe feitenkennis en slechte voorbereiding van sommige journalisten, die er klakkeloos vanuit gingen dat de ontbrekende feiten wel door de voorlichter werden ingevuld. Zij verwezen naar het Amerikaanse model, waar het de journalist zijn eer te na is als er fouten in zijn stuk staan en waar ieder gezaghebbend interview door een batterij ‘factcheckers’ binnenstebuiten wordt gekeerd. Lees verder