Journalistiek en Mediaorganisatie

De dark side van Suzanne Bosman

Presentator Suzanne Bosman van EenVandaag op Radio 1 houdt van metal en rockmuziek en gaat in haar vrije tijd graag los in ‘gruizige’ zaaltjes. Sinds kort zit ze in een band. ‘Er komt een moment dat we op een podium gaan staan.’

De bandnaam Ündertoad staat voor onheil en is geleend uit John Irvings ‘The World According to Garp’. Suzanne Bosman: ‘Het soort onheil dat je besluipt als je er niet klaar voor bent. Zoals we vroeger als kind in Zandvoort werden gewaarschuwd voor gevaarlijke muistromen in de Noordzee waarin je kon verdrinken en die ik me voorstelde als monsters in zee. Nou, met dat soort onheil leven wij dus’, eindigt ze met haar ferme en vrolijke presentatorstem. ‘Ündertoad, ha ha.’

Presentator Suzanne Bosman van EenVandaag op Radio 1 houdt van metal en rockmuziek en gaat in haar vrije tijd graag los in ‘gruizige’ zaaltjes. Sinds kort zit ze in een band. ‘Er komt een moment dat we op een podium gaan staan.’

Het is moeilijk aan iemand die metalmuziek nauwelijks kent uit te leggen wat dit voor haar betekent, zegt ze, de glazige blik van uw verslaggever vorsend. ‘Metal zit diep onder de grond. Het gaat over verval, pijn, erbuiten staan. Over andere machten en mensen die zijn overgeleverd aan krachten die je… niet eens begrijpt. Het gaat ook over wat er tegenzit.

Systemen waar je niet in past; die hele donkere compromisloze kant, die er nu eenmaal is. Die kan ik heel goed volgen en zit in elk mens. Ik vind het mooi om dat terrein te verkennen.

Bij een fijn concert, meestal zware metal, voelt dat als thuiskomen. Een soort Jungiaanse kracht, waar we allen deel van uitmaken en waarin je je kunt onderdompelen en één mee kunt worden. Ik zag laatst de Poolse band Behemoth, compleet in pijen gekleed en met brandende kruizen; een geweldige, totale show. Natuurlijk moet ik er soms ook een beetje om lachen, want het gaat wel heel erg all the way… Maar ik houd er wel van. Het mooie is dat metal soms heel diep en donker is met zangers die goed kunnen grunten – zeg maar een keelgeluid opzetten dat uit een graf lijkt te komen – maar die tegelijkertijd ook een hele mooie heldere stem hebben, waardoor ze in één keer kunnen omslaan naar bijna engelengezag. Van heel zwaar wordt het dan ineens heel licht. Metalzangers zijn de zuiverste zangers.’

Sinds kort speel je zelf ook gitaar.
‘Ja, en ik vind het fantastisch. Als kind had ik na blokfluit en een beetje piano besloten dat muziek beoefenen saai was. En daarna heb ik nooit meer enige moeite gedaan om het leuk te vinden. Wel wilde ik in een volgend leven altijd terugkomen als roadie. Als een man, zo’n gezette jongen met wild haar en tatoeages die wel lekker in zijn vel zit. Iemand die precies weet waar alles zit; de boxen, de lijnen en de knoppen. Die zo’n set helemaal kan op bouwen: eerst is er niks en dan in één keer een hele tem- pel. En als de show is geweest en het zaallicht aangaat wordt het mysterie weer in die flightcases gestopt – op naar het volgende concert. Roadies zijn een soort nomaden who make it happen.

Een paar jaar geleden dacht ik ineens: maar dan zie je jezelf nooit op het podium staan! Ik heb toen eerst de gi- taar van mijn dochter geleend en ben begonnen te pielen met YouTube filmpjes, maar dat schoot niet op. Toen heb ik een leraar gezocht in de buurt voor akoestische gitaar en daar heb ik veel geleerd. Op een gegeven moment vroeg mijn collega Martijn Rosdorff of ik wel eens op een elektrische gitaar had gespeeld. We gingen naar zijn oefenruimte in Leiden en ik hang zo’n gitaar om, begin te spelen terwijl hij mee drumt en ik dacht: Jézus, wat is dít! Ik vond het geweldig. Sensationeel.

We zijn daarna samen blijven jammen en langzaam begint het ergens op te lijken. We hebben nu zelfs een aantal nummers. We rommelen wat aan. Ergens is het een gimmick. Als we weer eens teringherrie gaan maken in de kelder dan zetten we op Instagram – net als andere metalbands dat doen: “De band is weer bij elkaar” of “playing heavy material”. Maar we zijn wel echt van zins Ik heb met iets te komen. Voorlopig nog niet want ik vind het enger om op een podium te staan dan een radioprogramma te presenteren, haha. Zoiets ligt toch dichter bij je eigen persoon; bij jezelf en je misdaad op de gitaar.’

Bosman groeide op als burgemeestersdochter in Heeze, een dorpje onder de rook van Eindhoven, waar ze al snel met andere scholieren naar optredens ging in poppodia als Effenaar en Dynamo. ‘Ik houd mijn hele leven al van muziek. Destijds ook van punk en later new wave. Het moest muziek zijn die je voelt, die door je heen gaat.

Ik hield van The Cure en The Exploited en ging vaak naar het, voor zware muziek internationaal vermaarde, Dynamo Open Air festival. In die tijd begon ik ook met radio maken bij de ziekenomroep in Eindhoven. Ik maakt samen met iemand die van hippiemuziek hield het pro- gramma Parels. Ik nam uiteraard new wave mee. Met de Effenaar had ik de afspraak dat ik mocht komen intervie- wen als daar leuke bands optraden.’

Haar ouders vonden het prima. ‘De lijfspreuk van mijn vader is: mens durf te leven. Hij zegt altijd: “Wees op je vierkante meter een vorst en trek je niet aan wat een ander er van vindt.” Als burgemeestersgezin stonden we wel in de schijnwerpers in zo’n dorp, dus er werd op je gelet. Ons motto was: je gedraagt je netjes, maar je gaat wel je gang. Ik schaam me daardoor nergens voor. In mijn jonge jaren hing er een hele grote PSP-poster voor mijn raam. Ons huis stond aan de rand van het dorp en die poster was ongeveer het eerste wat je zag als je Heeze kwam binnenrijden. En dat terwijl mijn vader VVD-burgemeester was. Maar hij vond dat geen probleem.’

Op haar rechterarm prijken forse tatoeages. ‘Die bloemen heb ik uitgekozen als symbool voor de eeuwigheid. Maar er moet altijd iets donkers bij. Daarom heb ik een oog met een zwarte traan laten zetten, met daaronder een doodshoofd.’

Dweep je met onheil?
‘Dat is jouw kwalificatie. Bij mij is het dat ik me er toe aangetrokken voel en ervan kan genieten.’

Ik kan me voorstellen dat je als burgemeestersdochter erg beschermd opgroeit en daarom misschien dweept met onheil omdat je het niet kent?
‘I had my share. Het is niet zo dat ik altijd onder een stralende zon in groene weides heb rondgedarteld, en toen ik met metal in aanraking kwam ineens dacht: oh, grappig al dat donkere. Nee, I’ve been there, die donkere kant, absoluut. Die is er altijd geweest. Ik heb geen depressies of zo, maar er zijn dingen gebeurd… Het heeft in eerste instantie met verlies te maken. Die dark side is er en ik ben er gevoelig voor omdat ik weet dat-ie er is. Dat maakt het leven juist ook zo mooi.’

Ik heb soms moeilijke keuzes moeten maken, maar ik heb nooit met spijt omgekeken

Biedt metal troost bij het omgaan met onheil?
‘Ja. En het is ook een soort erkenning van het feit dat die donkere kant er is. En omdat die er is, bestaat er ook veel goeds. Ik wil dat leven verdomme ten volle leven, met alles wat erop en eraan zit. Dus ook tegenslag, niet altijd de makkelijke weg kiezen. Ook in de journalistiek. Ik heb soms moeilijke keuzes moeten maken, maar ik heb nooit met spijt omgekeken. Toen ik in 1999 overstapte van de NOS naar RTL Nieuws werd ik verguisd door mijn collega’s.

Er werd gesuggereerd dat ik voor het geld ging; ik was een verrader. En toen ik in 2014 weer naar de publieke omroep ging zei men dat ik dat deed omdat ik tv niet meer leuk vond, maar ook dat klopt niet. Het leek me na al die jaren bij RTL – waar ik het fantastisch heb gehad – leuk om in te gaan op het aanbod om EenVan- daag op Radio 1 te presenteren omdat ik weet dat ik het heel erg fijn vind om mezelf te ontwikkelen, en dat kan ik hier met name in het interview en de live interactie op de radio.

Het was prachtig om RTL Nieuws te presenteren, vooral als het draaiboek opzij moest zoals bij rampen of verkiezingen. Ik heb 9/11 en een Golfoorlog live gedaan. Dat kan ik gewoon goed; alles uitschakelen en direct focussen op de gebeurtenis. Op zo’n moment ben je heel afhankelijk van de eindredacteur in je oor, die je volledig moet kunnen vertrouwen. Bij de radio kan ik nu iedere dag op die manier werken. Je wordt meer op de proef gesteld in zo’n live uitzending die je met een relatief klein clubje maak. Dat vind ik leuk.’

Is het verschil tussen de publieke en de commerciële omroep groot?
‘Toen ik na veertien jaar bij RTL weer bij de publieke omroep kwam dacht ik wel: o ja, zendermanagers en o ja, nog meer managers en óóh ja, ook nog bazen en allerlei tussenlagen. Zó werkt dat hier. Je accepteert het ook al is dat soms heel lastig. Er staan ook weer andere dingen tegenover. Bij RTL waren de lijnen heel kort en dat was lekker. RTL Nieuws is een van journalistiek doortrokken organisatie en er werken geweldige, heel gemotiveerde en gedreven journalisten. Ik zat er heel erg op mijn plaats. Maar het is natuurlijk ook kéihard werken met weinig middelen.’

Dit jaar ben je gestopt met het presenteren van EenVandaag op tv.
Ik presenteerde EenVandaag vijf jaar lang op woensdag op tv, omdat aanvankelijk het idee was dat we één vlag en één merk wilden zijn met inwisselbare gezichten. Dat begreep ik wel, en ik vind tv ook leuk, maar ik vond het ook een beetje een onderbreking van mijn radioweek. Nu presenteer ik alle werkdagen radio en zijn we verhuisd naar een meer newsy tijdstip (tussen 16.00 en 17.00 uur). Daar ben ik heel erg blij mee. Want EenVandaag is echt een nieuwsmerk. Hiervoor zaten op het tijdslot tussen 14.00 en 16.00 uur, wanneer mensen een wat lichtere programmering verwachten en waar minder naar wordt geluisterd. Ik had vaak het idee dat we een beetje in een verkeerd lichaam zaten.’

En niet meer op tv betekent misschien ook minder herkend worden bij metalconcerten?
‘Mwah, dat valt wel mee en is soms ook grappig. Laatst was ik bij een concert van Rammstein en stonden er ineens twee mensen naar me te staren. Ze zeiden: “Hmm, dat had ik niet verwacht.” En dan zeg ik: “Hoezo ver- wacht? Er zijn wel meer mensen die ergens van houden.” Overigens kan elke fan je vertellen dat er geen liever publiek is dan dat bij metalconcerten. Als ik in 013 in Til- burg bij een heftig optreden sta, tikt er af en toe iemand op je schouder met twee biertjes in zijn handen: “Mag ik er even langs?” Iedereen herkent elkaar als een soort familie – o ja, wij vinden dat allemaal leuk. Dat begint bij wijze van spreken al in de parkeergarage.’

Suzanne Bosman (1965) begon in 1988 als redacteur en eindredacteur bij Met het Oog op Morgen (NOS), waarna ze in 1995 presentator werd van het Radio 1 Journaal. In 1999 werd ze presentator van RTL Nieuws, jarenlang samen met Rick Nieman. In 2014 keerde ze terug bij de publieke omroep als presentator van EenVandaag (AVROTROS), aanvankelijk voor tv en radio; sinds dit jaar alle werkdagen op NPO Radio 1.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


4 × = acht