De Turkse paradox

Turkse paradox Meer vrijheid van meningsuiting, minder persvrijheid

Begin januari werden in Turkije twee Nederlandse journalisten gearresteerd. Ook correspondenten uit andere landen worden door de regering Erdogan het leven zuur gemaakt. Kunnen buitenlandse correspondenten hun werk nog wel doen?

Turkije-correspondent Frederike Geerdink (Independent, NTR Radio, Het Parool, Groene Amsterdammer) krijgt op 6 januari onverwacht bezoek van acht gewapende agenten van de Turkse antiterrorisme-eenheid. Ze doorzoeken haar huis in de Koerdische hoofdstad Diyarbakir en Geerdink moet mee naar het politiebureau. De aanklacht luidt: ‘het maken van propaganda voor een terroristische organisatie’ Na een paar uur wordt ze vrijgelaten omdat, zo blijkt later, minister Bert Koenders druk heeft uitgeoefend. De zware aanklacht – gebaseerd op de even schimmige als rekkelijke terrorismewetgeving – is sinds 1995 niet meer van stal gehaald bij een buitenlandse journalist. Het onderzoek naar haar loopt, maar Geerdink trekt zich er weinig van aan. ‘Natuurlijk was mijn arrestatie intimiderend, maar ik ben niet bang. Het is niet slim dat ze mij zo in de kijker spelen. “Kom maar op”, denk ik. Ik voel me beschermd door de Nederlandse regering en ik weet dat ik niets strafbaars doe.’ De Turkse regering denkt anders over dat laatste. Een journalist die een foto op twitter zet van iemand met een Koerdische vlag kan een beschuldiging van terroristische propaganda tegemoet zien. ‘Mijn Turkse en Koerdische collega’s worden hiervoor vastgezet.’ Het is ‘volstrekt willekeurig’ wie ze op welke gronden aanhouden, is Geerdinks’ ervaring. ‘Ik interviewde recent een Koerdische leider met een vlag in zijn hand, en ik schrijf kritische opinies op de onafhankelijke Turkse site Diken.com.tr. Maar of dat de reden is dat ik ben gearresteerd weet ik niet.’ Geerdink blijft werken zoals voor de arrestatie. Ze is alleen iets voorzichtiger geworden met twitteren over waar ze zich bevindt. ‘Ik meld niet meer dat ik een interview heb in de theetuin.’

Nog niet zo lang geleden hadden buitenlandse journalisten bijzondere voorrechten in Turkije die hun collega’s uit het land zelf niet kenden. Die status aparte is sinds het corruptieschandaal aan het licht kwam – en waar Erdogan mogelijk zelf bij is betrokken – aan het verdwijnen, ondervindt correspondent Marc Guillet (onder meer AD, BNR Nieuwsradio en FD.nl). ‘Sindsdien worden steeds meer buitenlandse correspondenten geïntimideerd en soms voor spionnen uitgemaakt.’ Dit begon in februari 2014 met de deportatie van de Azerbeidjaanse journalist en blogger Mahir Zeynalov (onder meer columnist voor Al Arabiya) vanwege kritische tweets over de regering. onder begeleiding van politie werd hij op het vliegveld gezet naar de Azerbeidjaanse hoofdstad Bakoe. Een paar maanden later was er de mijnramp in Turkije, die 301 levens kostte. Scher dich zum Teufel, Erdoğan’ (‘loop naar de hel’) kopte Der Spiegel op zijn website. Een quote van een mijnweker die kwaad was over Erdogans’ uitspraak dat mijnongelukken er nu eenmaal bij horen. AKP-aanhangers – de partij van Erdogan – zagen het als een directe belediging van de premier en startte een venijnige twittercampagne. Der Spiegel-reporter Hasnain Kazim werd hierop zo vaak met de dood bedreigd dat het tijdschrift besloot hem terug te halen naar Duitsland. In juni 2014 is CNN’s Turkijke-correspondent Ivan Watson aan de beurt. Erdogan maakt hem publiekelijk uit voor ‘geheim agent’ vanwege Watsons’ live uitzending van de Gezipark protesten – een grote sociale oproer in Istanboel in 2013. Ook CNN besluit Watson, na twaalf jaar correspondentschap, terug te halen omdat het te gevaarlijk voor hem wordt.

Bovenstaande incidenten vormden volgens Guillet de opmaat naar de arrestatie van Geerdink. Hij verwacht dat het klimaat voorlopig alleen nog maar intimiderender wordt. Ook correspondent Jessica Maas (DPD, Leeuwarder Courant, Dagblad van het Noorden) oordeelt dat Turkije ‘hard achteruit’ holt qua democratie. ‘Ik ben optimistisch van aard maar ik vraag me de laatste tijd af of we over vijf jaar nog ons werk kunnen doen. Turkije is nu al een politiestaat en wordt met de dag minder tolerant. Mijn moeder zegt soms: “Schrijf toch niet zo scherp over Erdogan”, maar ik wil niet toegeven aan zelfcensuur. De grens ligt voor mij bij de veiligheid van mijn gezin’.

De Nederlandse journalist en documentairemaker van Turkse komaf, Mehmet Ülger (onder andere EenVandaag en Altijd Wat) is ook somber over de Turkse democratie. Een dag na de arrestatie van Geerdink werd hij eveneens opgepakt nadat hij vluchtelingen uit de zwaar door IS gebombardeerde stad Kobani had gefilmd die aan de Turkse grens worden opgevangen. Officieel werd hij aangehouden vanwege foto’s die hij in september 2013 maakte tijdens de rechtszaak tegen de Turks-Nederlandse journaliste Füsun Erdoğan, voormalig hoofdredactrice van de linkse zender Özgür Radyo. Deze rechtszaak werd compleet aan het beeld onttrokken door een haag van militairen. ‘Het leek Chili in de jaren zeventig. Dat wilde ik in beeld brengen. Ook andere journalisten gebruikten hun camera’s. Ik ben als enige opgepakt.’ Net als Geerdink werd hij als gevolg van Koenders’ aanwezigheid snel weer vrij gelaten.

Journalistiek in Turkije is ook zonder regering aan je broek al moeilijk genoeg, vindt Frederike Geerdink. Hoe moet je bijvoorbeeld hoor en wederhoor toepassen als je van tevoren weet dat de regering nooit wat zegt als de berichtgeving haar onwelgevallig is. De Koerdische kwestie, waarover ze veel schrijft, is voor de Turkse regering per definitie onwelgevallig. Het brengt haar soms in conflict met redacties, die ook willen dat ze zo min mogelijk anonieme bronnen gebruikt. ‘Maar juist in een gepolariseerd land als Turkije zijn mensen niet snel geneigd on the record te praten.’ Ze trekt anonieme aanwijzingen daarom zelf na. Zoals bij de vernieling van vermeende cannabisvelden van de PKK nabij Diyarbakir. Ze had slechts een aanwijzing: dat de velden vaak ‘pal naast de weg’ liggen. Ze ging op onderzoek uit, maar het zoeken werd belemmerd door de drones die boven haar hoofd cirkelden, op zoek naar de daders. Enkele maanden later keerde ze terug en zag de vernielde velden alsnog met eigen ogen.

Mehmet Ülger voelt zich vooral gedwarsboomd door de Turkse autoriteiten die het foto-incident wellicht aangrijpen om hem weg te houden van kinderarbeid, waarover hij documentaires maakte, of van de gevluchte kinderen uit Kobani. Maar ook zou de Gülen-beweging zomaar achter zijn arrestatie kunnen zitten – om de regering een hak te zetten. ‘Daar kom je nooit achter’. Ülger, die maximaal een half jaar celstraf kon krijgen maar inmiddels is vrijgesproken, is niet van plan zich te laten intimideren. ‘Ik ben geen held. Ik zoek de confrontatie niet. Liever doe ik gewoon mijn werk. En als ik in de bak kom kan ik altijd nog schrijven.’

Marc Guillet ziet een steeds ‘onverbiddelijker’ Erdogan als het gaat om kritiek op zijn regering. ‘Merkwaardig is dat Erdogan bij zijn aantreden democratische hervormingen doorvoerde en de politieke invloed van het leger terugbracht. Er mocht ineens kritiek op Ataturk worden geleverd en de Armeense genocide mocht benoemd. Een boek met deze woorden in de titel werd zelfs verkocht op het vliegveld in Istanboel. Dat was vroeger ondenkbaar.’ Guillet noemt het de Turkse paradox. ‘Er is meer vrijheid van meningsuiting maar minder persvrijheid. Journalisten die Erdogans’ regering bekritiseren krijgen te maken met zijn publiekelijke toorn waarna de gigantische AKP-aanhang in actie komt met lastercampagnes. De binnenlandse kranten bespeelt hij op een andere manier. Deze zijn veelal in handen van conglomeraten die ook in andere sectoren werken en moeten tenderen naar overheidsopdrachten. Bedrijven die niet-regeringsgezinde media in hun stal hebben kunnen het bij die aanbestedingen wel vergeten.’

Dit stuk werd eerder gepubliceerd in Villamedia

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *