Journalistiek en Mediaorganisatie

‘Stapel’ is geen mediacreatie

Hoogleraar sociale psychologie (UvA) Gerben van Kleef veegde op de opiniepagina van de Volkskrant schaamteloos zijn straatje van de sociale psychologie schoon door de media mede de schuld te geven van de weergaloze fraude die zijn collega Stapel pleegde. Maar media mogen een zekere betrouwbaarheid van wetenschappelijke publicaties verwachten.

‘Slodderwetenschap’ en ‘broddeljournalistiek’ gaan ongelofelijk lekker samen in één zin. Maar in het licht van de flutstudies van Diederik Stapel zijn het volstrekt onvergelijkbare grootheden.

Stapel zelf – en dat siert hem – komt daar nu in ieder geval ruiterlijk voor uit en maakt in zijn gratis te downloaden boek een uitgebreid mea culpa. Van Kleef echter verwijt de media dat Stapels ‘flutstudies’ aanvankelijk maar al te graag door de media werden gebracht in pakkende soundbites en mooie oneliners.

Ik zou Van Kleef willen vragen: waarom zouden de media dat niet doen als die onderzoeken daar aanleiding toe gaven? De resultaten waren mooi en sappig. Zouden journalisten daar beter een saai en droog stuk over maken? Of bedoelt hij eigenlijk dat, omdat het ging om sappige onderzoeksresultaten, de media achterdochtiger hadden moeten zijn?

Van Kleef volgt hier een interessante drogredenering. Nu de checks and balances in de wetenschappelijke wereld openlijk (in de media, ja) onder vuur liggen, zijn diezelfde media in zijn ogen ineens medeverantwoordelijk. Huh, maar de checks and balances in uw sector deugen toch niet? En het is dan toch ook de volledige verantwoordelijkheid van uw sector dat deze op wereldschaal ongekende fraude kon plaatsvinden.

Van Kleef redeneert alsof het Ahold-debacle – de presentatie van geflatteerde jaarcijfers die door gerenommeerde accountants in orde waren bevonden -destijds voorkomen had kunnen worden als de journalistiek die cijfers niet had geloofd en haar kolommen daar niet voor had geleend. Misschien zit daar iets in. Het is immers nooit verkeerd de handel en wandel van het grootkapitaal te volgen. Maar journalisten zijn wetenschappelijk onderzoekers noch accountants. We mogen toch in alle redelijkheid van de wetenschap verwachten dat zij haar checks and balances op orde heeft.

Het verwijt van ‘broddeljournalistiek’ in één zin met ‘slodderwetenschap’ is pure demagogie. Van Kleef sleurt de journalistiek mee in de diepe put waarin zijn eigen sector – terecht – is beland. Uit pure wanhoop krijgt de boodschapper van het nieuws een klap om de oren.

Voorzitter Pim Levelt van de gelijknamige commissie die de Stapels’ fraude onderzocht, concludeerde niet voor niets in NRC Handelsblad (28 november 2012) dat hij het ‘belangrijker dan de fraude van Stapel’ acht dat in de wetenschappelijke wereld ‘niemand aan de bel heeft getrokken over rare dingen in Stapels publicaties’. De enige juiste conclusie.

De redenering die Van Kleef (overigens in een pakkende oneliner) debiteert, was niet erg als ze alleen uit domheid voortkwam. Maar van een hoogleraar sociale psychologie kan dit niet anders worden geduid dan opzichtige sluwheid. Ongeveer zoals een politicus bij een verkeerd gevallen proefballonnetje beweert dat hij niet goed is geciteerd.

Van Kleef stelt dat journalisten van kwaliteitsmedia ernaar moeten streven gedegen onderzoek over het voetlicht te brengen in plaats van geinige effectjes zonder theoretische fundering of maatschappelijke relevantie.

Ik zou het willen omdraaien: universiteiten zouden ernaar moeten streven gedegen onderzoek over het voetlicht te brengen in plaats van met geinige effectjes zonder theoretische fundering of maatschappelijke relevantie naar de pers te lopen. Het feit dat dit laatste mogelijk is, zegt alles over de wetenschappelijke wereld en weinig over de journalistiek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


zes − = 2