Journalistiek en Mediaorganisatie

Huis zonder brievenbus

Cover BoekjeHet vertrouwen in de pers holt achteruit concludeerde het CBS (oktober 2013) recent. Dat is ook niet verwonderlijk. De dolle zoektocht naar een online verdienmodel die zich het afgelopen decennium voltrekt heeft journalisten afgedreven van hun vakmanschap. Ze hebben zich laten meeslepen door de onmacht en paniek die uitgevers verlamt sinds internet de serieuze concurrent lijkt te zijn van papier.

Midden jaren negentig had ik felle discussies met een kennis die in de zorgsector werkte maar die zich in zijn vrij tijd obsessief op het pas ontdekte internet stortte. Hij lachte mij uit om mijn ‘luie’ journalistenbaantje dat in zijn ogen snel zou ophouden te bestaan omdat op internet alles vrij beschikbaar zou komen en uitgevers en journalisten aldus hun monopolie op informatie zouden verliezen.

Het was in de tijd dat het geld bij de uitgevers tegen de plinten klotste en er jaarlijks achteloos een slordige tien procent winst werd bijgeschreven. Op mijn beurt lachte ik hem uit. Het leek me volstrekt onvoorstelbaar dat die machtige uitgevers, met lobbytentakels diep in Den Haag, hun monopolie zomaar zouden verliezen via een abstract en zich nog te bewijzen medium als internet. Ik geloofde heilig dat, als internet al de nieuwe drager van informatie zou worden – uitgevers huizenhoge en waterdichte betaalmuren zouden opwerpen die niemand kon negeren. Sterker, ik vermoedde dat ze zich al rijk rekenden omdat ze straks geen geld meer kwijt zouden zijn aan distributeurs (krantenbezorgers) en drukkers. Ik voorzag – in soms verhitte gesprekken – zelfs de komst van de iPad, maar dan in oprolbare vorm. Maar eigenlijk vond ik als journalist die discussie niet zo interessant, want vooral een technische discussie. 

En eigenlijk vind ik dat nog steeds. Want wie is er nou verantwoordelijk voor de distributie van journalistieke producten? Precies de uitgever. Maar die heeft het de afgelopen vijftien jaar schandelijk laten afweten. Uitgevers (het belgische de Persgroep vormde hierop een zeldzame uitzondering) waren in de weer met hedgefunds, decentralisatie of juist concentratie, maar lieten vooral zien dat ze werkelijk geen idéé hadden wat ze met internet aan moesten. Het feit dat ze het lang als een lastige concurrent zagen zegt eigenlijk genoeg.

Uit onmacht keken ze jarenlang naar hun journalisten en redacteuren: die moesten eerst ‘multimediaal’ gaan werken, vervolgens in het wilde weg innoveren om uiteindelijk alsnog gekort te worden op hun salaris. Omdat degenen die het werkelijke ei van Columbus in distributie behoorden uit te vinden de controle kwijt waren en richtingloos op zee bleven dobberen.

Tot mijn verbazing heb ik de journalistiek de afgelopen decennia in de valkuil zien donderen die de uitgever uit onmacht en onkunde voor haar had gegraven. De trots op het vak lijkt verdwenen, de werkelijke discussies die journalisten zouden moeten voeren lijkt verstomd. Al jaren zoekt men naar een oplossing om de Raad voor Journalistiek wél te laten functioneren, naar goede wetgeving rond bronbescherming, naar transparantie van overheidsinformatie, naar heldere embargoregelingen, naar duidelijk afspraken over de rol van de journalist in de rechtszaal of in oorlogsgebied en naar een eensluidende afspraak of we er in journalistieke uitingen kiezen voor gezinsmoord of familiedrama. Maar de energie gaat vooral naar het bezweren van de onrust rond dalende print- en dito advertentiecijfers. Typische uitgeversproblematiek, zult u zeggen. Maar nee, uitgevers hebben maar al te duidelijk gemaakt dat als de oplossing niet komt van journalisten, deze als eersten hun baan verliezen.

In zo’n vacuüm – waarbij de uitgever zijn taak verslonst en de journalist in een kwaad en conservatief daglicht wordt gesteld – ontstaat ruimte voor mensen die hard mogen roepen dat het allemaal niks is met de huidige journalistiek. Types die het journalistieke vak vooral vanuit de voortschrijdende techniek benaderen, of gewoon vanuit opportunisme – er is verwarring dus laat ik eens wat schreeuwen om mezelf een podium te verschaffen. Die menen dat als de techniek bijzondere functies mogelijk maakt (internet bijvoorbeeld) het journalistieke vak volledig op zijn kop moet. Die de zaak dus eigenlijk omkeren; niet de techniek staat ten dienst van het vak maar het vak ten dienst van de techniek. Waarmee ik niet wil zeggen dat de benadering van het vak vanuit een andere invalshoek – techniek of verdienmodel – geen verfrissend of innoverend effect kan hebben. Ik heb niks tegen een spetterende revolutie. Maar het effect zal gering zijn wanneer het vanuit het vooringenomen en niet gemotiveerde standpunt komt dat de huidige journalistiek niet deugt. Ik doel op semi-revolutionairen als Bert Brussen of Rob Wijnberg die met veel geschreeuw maar weinig journalistieke bagage opnieuw het wiel aan het uitvinden zijn (met respectievelijk thepostonline.nl en decorrespondent.nl). En ze zijn niet de enigen.

Natuurlijk zullen architecten over honderd jaar meewarig naar de bouwtekeningen kijken uit het huidige tijdsgewricht waarin voor iedere woning een brievenbus was bedacht waar ‘printproducten’ (of dode bomen zo u wilt) doorheen konden. Totaal overbodig tegen die tijd. Zeker, ook de journalistiek zal veranderd zijn, maar ik waag te betwijfelen of dat het gevolg is van de overgang naar internet als brievenbus. Ik hoop dat het komt doordat de journalistiek is voortgeschreden op het pad van vakmanschap, introspectie en communicatie met haar doelgroep. En natuurlijk heeft de techniek daar een handje bij geholpen.

Mijn kennis – met wie ik zulke verhitte discussies voerde – en ik lijken op dit moment allebei gelijk te krijgen. Hij, omdat er inderdaad heel veel gratis is weggegeven op internet en veel daarvan niet meer terug komt. Het monopolie van de uitgever is gekraakt door Google en andere grote spelers en veel journalisten zijn hun baan kwijt geraakt. En ik omdat de uitgevers wakker lijken te worden, het internet eindelijk niet meer als vijand zien en slimme betaalmuren ontdekken. Rijkelijk laat, dat wel.

De discussie over het journalistieke vak kan daarmee weer worden gevoerd en zelfs een nieuwe impuls krijgen. Zeker als uitgevers in staat blijken weer geld te kunnen verdienen met journalistiek en er zo nieuw respect voor het vak kan ontstaan.

Deze opinie is de inleiding van de bundel ‘Ik vertel het niet meer op feestjes’, die eind november verschijnt. Frans Oremus schreef twaalf persoonlijke en soms hilarische verhalen over de journalistieke praktijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


× 3 = twintig vier