Journalistiek en Mediaorganisatie

Gefascineerd door straatnamen

Al van kinds af is René Dings gefascineerd door straatnamen en vooral door de verhalen die achter die straatnaambordjes verscholen gaan. Eind februari verscheen zijn boek Over straatnamen met name, dat bol staat van de interessante weetjes.

© Fred Leeflang / Dit artikel verscheen eerder in het AD

Apendans, het straatje tussen de Korte Poten en de Herenstraat in Den Haag, verwijst niet naar appendances (bijgebouwen) van de Franse ambassade, zoals in de negentiende eeuw nog werd aangenomen. De herkomst is een stuk minder sjiek: al in de zeventiende eeuw was er op de hoek van de Korte Poten een herberg die de naam Apendans droeg, compleet met een uithangbord boven de deur met een dansende aap erop. Het straatje is vrijwel zeker hiernaar vernoemd.

Thema’s
Noem een straat in Nederland, een van de ruim  261.000 die er zijn, en de kans is groot dat auteur René Dings van het boekje Over straatnamen met name er een verhaal bij heeft. Als lid van de straatnamencommissie van Delft (sinds 2006) weet hij ook nog eens hoe dat gaat, straatnamen bedenken. ,,Tegenwoordig wordt vaak gekozen voor thema’s. In de Harnaschpolder, richting het Westland, zijn de straatnamen naar kassensoorten vernoemd: Kopkas, Glaskloksingel en Lessenaar. Of naar oude tuindersfamilies zoals Arkesteijn, Eigenraam en Moerman.”

Dat begon al in de jaren vijftig, bijvoorbeeld in de Haagse wijk Mariahoeve, die herinnert aan de daar gelegen boerderij met deze naam. Over de straatnamen in deze wijk, die zijn samengesteld uit meisjesnamen en het woord land zoals Isabellaland, gaat de hardnekkige mare dat zij naar de koeien van die boerderij zijn vernoemd of naar de zusters van de laatste boer. Helaas is het niet waar.

Bordewijk
Het was de schrijver Ferdinand Bordewijk die betrokken werd bij de straatnaamgeving van Mariahoeve. Zo bedacht hij de namen van landen met als achtervoegsel burg – zoals in Finnenburg – en edelstenen met het achtervoegsel horst, zoals Saffierhorst. Bordewijk kreeg het niet voor elkaar dat in zijn ogen saaie namen van tafel gingen zoals Het Kleine Loo, Reigersbergenweg en Hofzichtlaan, straten die dwars door de wijk lopen en door ambtenaren waren aangedragen als een soort verplichte herinnering aan de buitenplaatsen die er gelegen hebben.

Pas toen in 1851 de gemeentewet van Thorbecke werd aangenomen, kwam er structuur in de naamgeving. In historische binnensteden zie je de klassieke namen, die verwijzen naar oude ambachten of naar hoe het er vroeger uitzag. Eind 19de eeuw ontstonden er trends met bomen- en zeeheldenwijken en de Indische buurten of Transvaalwijken. Na 1900 raakten de Oranjebuurten in zwang.

Familieleden
Dings: ,,Voor de invoering van Thorbecke’s wet deden ze eigenlijk maar wat. Soms kreeg een straat ieder jaar een andere naam of werden er drie namen gebruikt voor een en dezelfde straat. Vaak was het de aannemer die een naam verzon of zijn familieleden vernoemde als een straat werd opgeleverd. De naam Vrouwjuttenland in Delft is bijvoorbeeld vernoemd naar een vrouw met deze naam, die grond bezat in de omgeving. Maar welke vrouw Jutte is dan weer niet bekend, want er waren er meer met deze naam die grond hadden. De om de hoek liggende straat met de naam Rietveld verwijst niet naar de beroemde architect, maar naar het rietveld dat daar begon.”

Dings wil maar zeggen dat het niet altijd makkelijk is de herkomst van straatnamen te achterhalen. ,,Weet je naar wie de Haagse Wilhelminastraat is vernoemd? Niet naar de gelijknamige koningin, maar naar haar moeder”, geeft hij zelf het antwoord. ,,Den Haag vernoemde in 1885 vier straten naar koningin Emma, namelijk naar haar vier voornamen: de Adelheid-, Emma-, Wilhelmina- en Theresiastraat, allemaal in het Bezuidenhout.”

Fouten
En er worden ook fouten gemaakt. Zo had de straat Marsgeel in Zoetermeer eigenlijk Maïsgeel moeten heten, maar niemand nam de tijd de fout te verbeteren. En een straatnaam later alsnog veranderen is vrijwel geen optie, weet Dings. ,,Dat gaat gepaard met een enorme bureaucratische rompslomp, waarbij de bewoners hun adres moeten veranderen en daar een vergoeding voor horen te krijgen. Er zijn weinig gemeenten die daartoe overgaan.”

Een naambordje met verkeerde spelling wordt daarentegen meestal wel binnen enkele jaren vervangen.

Vernoeming
Dings vindt het riskant om mensen te snel een vernoeming te geven. ,,Toen burgemeester Verver met een straat in Voorschoten werd geëerd, kon niemand nog vermoeden dat ze vijf jaar later in opspraak zou raken in Schiedam. Verzoeken om de naam te wijzigen, legde de gemeente naast zich neer.”

De Eendekotsweg in Gapinge is daarentegen dan weer geen onsmakelijke fout, maar verwijst gewoon naar een eendenkooi, die in Zeeuws dialect eendekot wordt genoemd.

Jolig
Zelf houdt hij niet zo van al te jolige namen, zoals de Mickey Mousestraat, om de hoek van de Donald Duckstraat, beide in Almere. Wel kon hij lachen om de namen die inwoners van Utrecht indienden toen hen werd gevraagd namen van hoogleraren aan te dragen voor de professorenbuurt, waarbij ook Barabas en Zonnebloem werden gekozen. De straatnamencommissie was ‘not amused’, maar ging wel overstag.

Dings permitteerde zich met de leden van de Delftse straatnamencommissie één kwinkslag, toen zij de naam voor een fietspad met een knik verzonnen, vlak bij de Ikea in Delft: het Inbuspad. ,,De vorm klopte en bij Ikea denk je toch al snel aan een inbussleutel.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


twee × 6 =