Journalistiek en Mediaorganisatie

Achtervolgd op Google: wat kun je eraan doen?

In de komkommermaanden van 2012 kwam ondernemer Jasper van Eijck enkele weken negatief in het nieuws rond het faillissement van zijn bedrijf The Ticket Enterprise, onder andere in De Telegraaf en op GeenStijl. Nog steeds verschijnt het – volgens hem feitelijk onjuiste – bericht van GeenStijl op de eerste resultaatpagina wanneer je Van Eijcks’ naam Googlet. Hierdoor gaan nogal wat potentiële werkgevers en opdrachtgevers liever niet met hem in zee. Lastig, wanneer je failliet bent en een nieuwe toekomst moet opbouwen. Van Eijck zette daarom ‘Het grote SEO-project’ op, met als doel positieve berichten over hem hoger in de ranking te krijgen en de negatieve naar lager regionen te verbannen.

©VLAM/Dit artikel werd eerder gepubliceerd op website Frank.news

Hoe redelijk is het als je vier jaar na een zakelijk en persoonlijk debacle nog steeds wordt tegengewerkt in het opbouwen van een nieuwe toekomst?  Het gaat hier niet om actieve tegenwerking, maar over een negatief bericht dat je achtervolgt omdat het hoog in de Google-ranking komt wanneer je naam wordt ingetypt, en de bewuste website geen sjoege geeft als je verzoekt het bericht te verwijderen of op zijn minst wederhoor toe te passen. Jaar na jaar. De hoge ranking van GeenStijl is niet het gevolg van zijn betrouwbaarheid – nee, ongefundeerd en nodeloos kwetsend immers – maar omdat de site goed wordt bezocht en mensen nu eenmaal snel denken: waar rook is, is vuur. Ondanks dat iedereen weet dat het bij GeenStijl meestal suggestieve kleinkunst betreft, de site heeft zelden scoops.

In zijn werk had hij vaak bedrijfspagina’s op een hogere positie in de ranking gekregen. Dat moest hij nu voor het merk ‘Jasper’ gaan doen.

‘Toen ik drie maanden geleden een klus niet kreeg door de simpele reden dat er online (bij GeenStijl dus) staat dat ik een oplichter ben, was de maat vol. Ik moest er wat aan doen’, schrijft Jasper van Eijck op zijn site, waarop hij bijhoudt hoe hij de ranking van zijn naam probeert te beïnvloeden. (http://www.jaspervaneijck.nl/het-grote-seo-project/) Van Eijck, zelf van oorsprong online marketeer, bekeek het pragmatisch. Na advies te hebben ingewonnen bleek het creëren van meer zichtbaarheid op internet de beste strategie. In zijn werk had hij vaak bedrijfspagina’s op een hogere positie in de ranking gekregen. Dat moest hij nu voor het merk ‘Jasper’ gaan doen. Hij registreerde eerst het keyword domein www.jaspervaneijck.nl en ging bloggen via WordPress, omdat hij vermoedde dat dit cms in ranking-technisch opzicht de beste resultaten zou geven. Om te kunnen concurreren met GeenStijl moest hij in ieder geval actief worden op grotere websites, de sociale media dus. Hij maakte accounts aan op veertien sites (van LinkedIn tot Vine en Pinterest tot Schoolbank) en schreef bij alle profielen een actuele omschrijving met relevante keywords over zijn werk en leven, alsmede een link naar zijn SEO-blog waarop hij de resultaten toont van zijn inspanningen. Bij de grootste accounts plaatste hij dagelijks updates, bij andere wekelijks. Het bleek te werken, zij het dat hij GeenStijl nog niet heeft verdreven naar de tweede resultaatpagina, maar wel naar een lagere positie. De sociale media waarop hij actief is blijven stijgen (zie tabel).
Wat Van Eijck niet had voorzien is dat door de toegenomen aandacht op zijn naam ook slechte resultaten stegen, zij het minder sterk dan de positieve. Hij verwacht – de lijn doortrekkend – dat zijn blog en LinkedIn (waar hij ook actief blogt) binnen enkele maanden boven de slechte resultaten zullen staan.

“We hebben er geen problemen mee dat je negatief op GeenStijl staat, maar onze klanten misschien wel”.

Jasper van Eijck kreeg de afgelopen jaren veel smoezen te horen van potentiele werkgevers. Zoals: “We hebben er geen problemen mee dat je negatief op GeenStijl staat, maar onze klanten misschien wel”. Van Eijck: ‘Ik begrijp dat eigenlijk wel. Als ik zelf uit twee even goede kandidaten kan kiezen zou ik ook degene nemen die gaan nare publiciteit meetorst.’ Alleen recruiters prikken erdoor heen ‘Ik ben er altijd open over, en zij zeggen dan: “We gaan aan de slag voor je”.’

Van Eijck overwoog naar de Raad voor de Journalistiek te gaan en later zelfs naar de rechter, om de in zijn ogen onjuiste berichtgeving aan te vechten. Zijn advocaat rekende hem echter voor dat hij dit met zijn faillissement onmogelijk zou kunnen bekostigen. ‘In het begin had ik geen idee wat de impact van zo’n bericht op GeenStijl zou zijn. Ik was vooral bezig mijn bedrijf te redden.’

Over of het eigenlijk wel aan Google is om te bepalen welke internetartikelen wel en welke niet worden verwijderd woedt al enige tijd discussie.

Ook diende hij een verzoek in bij Google om het bericht te laten verwijderen. In het kader van het ‘right to be forgotten’ (het gevolg van een uitspraak van het Europese Hof van Justitie in 2014) kan iedereen die wil dat Google bepaalde zoekresultaten ‘vergeet’ een verzoek daartoe indienen bij de zoekmachine. Dit werd niet gehonoreerd. ‘Willekeur’, zo vindt van Eijck, en velen met hem. Over of het eigenlijk wel aan Google is om te bepalen welke internetartikelen wel en welke niet worden verwijderd woedt al enige tijd discussie. Ook Google zelf, dat niet onder stoelen of banken stak niet blij te zijn met het arrest van het Europese Hof, onderkent dat het allesbehalve makkelijk is te bepalen welke resultaten wel en welke niet moeten worden geschrapt. Want bij ‘vergeetrecht’ botsen twee grondrechten: het recht op privacy en het recht op vrije meningsuiting. Critici vragen zich af of dergelijke precaire afwegingen wel door een marktpartij als Google gemaakt mogen worden. Zij bepleiten de instelling van een onafhankelijk instantie die op heldere criteria bepaalt welke verzoeken wel en niet worden toegewezen. Maar zover is et nog niet

Jasper van Eijck heeft voorlopig zijn hoop gevestigd op ‘Het grote SEO-project’ en blijft Cruyffiaans positief: ‘Ik heb veel bij geleerd op het gebied van online reputatiemanagement, dat kan altijd van pas komen.’

U kunt hem helpen door eens naar zijn sociale media of blog te kijken, en vooral dus niet op GeenStijl.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


4 × negen =